|
Januari
Nevel in januari geeft een nat voorjaar.
Is 't in januari nat, ledig blijven schuur en vat.
Als de vorst in januari niet komen wil, verschijnt zij stellig in april.
Knapt januari niet van de kou, dan zit men zomers in de rouw.
Geeft januari een sneeuwtapijt, dan zijn we gauw de winter kwijt.
In januari veel water, brengt weinig wijn.
Heeft januari koud'en droge dagen, dan zal in februari de sneeuw u plagen.
1: Nieuwjaarsnacht schoon en klaar, beduidt een vruchtbaar jaar.
6: (Driekoningen) Als driekoningen is in 't land, komt de vorst in 't vaderland.
17: (St-Antonius) St-Anthonius schoon en helder, vult het vat en ook de kelder.
18: St-Petrus' stoeltje koud, wordt veertien dagen oud.
20: (St-Sebastiaan) Sint-Bastje is een hard gastje.
22: (St-Vincentius) Vincentius met zonneschijn, geeft veel koren en veel wijn.
25: (St-Paulus bekering) St-Paulus bekering helder en klaar, doet hopen op een goed jaar.
Februari
Is februari zacht, de lente brengt vorst bij nacht.
Februari zacht en stil, komt de noordenwind in april.
Februari mist, hooi in de kist.
Zo in februari de muggen zwermen, moet ge u in meert wermen.
2: Lichtmis helder en klaar, maakt de boer tot bedelaar.
- Schijnt de zon op Lichtmisdag, er komt meer ijs dan er reeds lag.
14: Is het bos met Sint Valentijn in het wit gehuld, dan zijn weiden en akkers van vreugde vervuld.
22: Dooi op St-Pieter, de winter is voorgoed voorbij.
24: St-Mattijs werpt de eerste steen op het ijs.
25: Regen in Walburgisnacht, heeft de kelder steeds vol gebracht.
Maart
Maart roert zijn staart.
Vochtige maart de boeren smarten baart.
Maart guur, volle schuur.
Wil maart reeds donder, sneeuw in mei geen wonder.
10: (40 heilige martelaren) Zoals het weder de veertig martelaren vindt, zo blijft het veertig dagen met zijn vrind.
12: Is 't weer op St-Gregorius dol, de vos kruipt uit zijn hol. Is 't schoon en zonder vlagen, hij schuilt nog veertien dagen.
17: Met St-Geertrudis komt de warmte de grond uit. (Eindigt de winter.)
19: St-Jozef helder en klaar, geeft licht een vruchtbaar jaar.
25: Is Maria-Boodschap helder voor zonsopgang, verwacht dan een vruchtbaar jaar.
27: Is op St-Rupert de hemel rein, dan zal hij het ook in juli zijn.
April
April koud en nat, geeft veel koren in 't vat.
Is april mooi, dan zal mei niet deugen.
Op een droge april, een natte zomer volgen wil.
14: Op St-Tiburtius na de noen, dan worden alle velden groen.
23: Valt er voor St-Joris geen regen meer, na hem komt er des te meer.
25: Zolang vóór Markus warm, zolang na Markus koud.
Mei
Mei koel en nat, vult schuur en vat.
Is juni koud en nat, de boer zijn zak is plat.
Als het onweert in mei, valt er vaak hagel bij.
1: Als St-Filippus regent, is de oogst gezegend.
11,12,13,14: (IJsheiligen) Pankraas, Servaas en Bonifaas, zij geven vorst en ijs helaas.
13: Voor St-Servatius geen zomer, na Servatius geen vorst.
- Wie z'n schaap scheert voor Sint Servaas, houdt meer van wol dan van het schaap.
Juni
Donderweer in juni maakt het koren dik.
Juni meer droog dan nat, vult de schuur en ook het vat.
Blaast juni uit de noorderkant, verwacht veel koren dan op 't land.
Als 't koud en nat in juni is, dan is de rest van 't jaar ook mis.
8: Wat Medardus geeft voor weer, dat brengt hij ook in d'oogsttijd weer.
- Als het op St-Medardus regent, regent het zes weken alle dagen. (Oost-Nederland)
11: Als het regent met Barnabas, zwemt de oogst in een waterplas.
15: Als het regent met St-Vitus, dan regent het zes weken aan één tijd.
24: Als het regent op St-Jan, regent het veertig dagen lang.
29: St-Pieter komt met de gieter.
- St-Pieter helder en klaar, is een goed iemenjaar.
Juli
Zonder dauw geen regen, heet het in juli allerwegen.
1: Is de eerste juli regenachtig, de hele maand zal het wezen twijfelachtig.
2: Maria-Drupdag
6: Als het op St-Godelieve regent, zal het zes weken duren. (België)
- Als het op Sint Godelieve regent, de Heer de groentetuinen zegent.
10: Regent het op de Zevenbroedersdag, dan het nog zeven weken regenen mag.
20: Regen met St-Margriet geeft zes weken boerenverdriet.
22: Regent Sinte-Magdaleen, 't regent dagen achtereen.
25: Is Jacobus hel en warm, bevriest met kerstmis rijk en arm.
26: Bouwt op St-An de mier haar hopen, de winter zal niet zacht verlopen.
Augustus
Zo d'eerste week van oogst is heet, een lange winter staat gereed.
4: Als St-Dominikus gloeit, een strenge winter bloeit.
10: St-Laurens en St-Bartel schoon, dan draagt de herfst een gouden kroon.
13: Het weder van St-Kassiaan, dat houdt nog dagen aan.
15: Is 't weer op Maria-Hemelvaart uitgelezen, zo zal 't heel de herfst voortreffelijk wezen.
24: Gelijk St-Bartel, zo ook het najaar.
September
Als in september de donder knalt, met kerstmis de sneeuw in hopen valt. (Vlaanderen)
Vorst in september, zacht in december.
Trekvogels in septembernacht, zij maken de kersttijd zacht.
1: Is 't één september heerlijk weer, de herfst zal mooi zijn evenzeer.
8: Het weer van Maria-Geboorte duurt nog acht weken.
17: Droog zal het voorjaar zijn, is 't met St-Lambert zonneschijn.
21: Is het weder met St-Matteus klaar, voorspelt goede oogst het naaste jaar.
22: Vertoont zich St-Mauritius klaar, verwacht vele stormen maar.
29: Als de eikels vallen voor Sinte Michiel, dan snijdt de winter door lijf en ziel.
Oktober
Brengt oktober veel vorst en wind, dan zijn januari en februari zeer mild.
Oktobertooi met groene blaân, duidt vaak een strenge winter aan.
9: Regen met St-Denijs voorspelt een natte winter met weinig ijs.
12: Treedt Gommarus met droogte in, de winter zal nat zijn in 't begin.
16: St-Gallen laat de sneeuw vallen.
21: Zoals het weer van St-Ursula is, zo zal ook de winter wezen.
23: St-Severien laat de eerste kou zien.
28: Als Simon en Judas komen, begint men de winter te schromen.
- Is Simon-en-Judas voorbij, dan is de winter nabij.
November
Als 't in november 's morgens broeit, wis dat de storm 's avonds loeit.
1: Met Allerheiligen vochtig weer, volgen sneeuwbuien keer op keer.
2: Allerzielensneeuw voorspelt een zacht voorjaar.
11: Is 't donkere lucht op St-Martijn, zo zal het een zachte winter zijn, maar is die dag het weder helder, de vorst dringt door in menig kelder.
19: Sinte-Liesbet doet verstaan, hoe de winter zal vergaan.
21: Maria's opdracht klaar en hel, maakt de winter streng en fel.
25: Sinte-Katarijne laat de zon schijnen.
- Als 't op St-Katarina vriest, zo vriest het zes weken.
30: St-Andries brengt de vries. (Vlaanderen)
December
Donder in decembermaand beloofd veel wind in 't jaar aanstaand.
December koud en wel besneeuwd, zo maakt maar grote schuren gereed.
Blaast de noordenwind met decembermaan, dan houdt de winter vier maanden aan.
1: Als St-Eligius met ijs begint, dan wil hij drie maanden dat te vrind.
4: St-Barbara gaat met haar wit kleed naar het bal.
25: Als met kerstmis de muggen zwermen, kunt ge met pasen uw oren wermen.
| Terug |