Uitrusting

Een goede uitrusting is onmisbaar voor iedere bergsporter, ongeacht of je nu wandelt in de bergen of aan alpinisme doet. Dit wil echter niet zeggen dat je als beginnende bergsporter direct een hele (dure) uitrusting aan moet schaffen, maar er zijn wel een paar kledingstukken waar je absoluut niet op mag bezuinigen. Dit omdat veiligheid in de bergen voor alles gaat.
Natuurlijk moet je je wel als eerste afvragen wat je wilt gaan doen in de bergen (dagtochten, trekking, klimmen enz.). Daarna moet je je afvragen wat je in de toekomst in de bergen wilt gaan doen. Bijvoorbeeld, deze zomer wil ik alleen dagtochten maken, maar de daaropvolgende jaren wil ik wel graag huttentrektochten maken. Als je op deze vragen een antwoord weet dan kun je beginnen met de samenstelling van je persoonlijke uitrusting. Voor gedetailleerdere informatie raad ik iedereen aan om het buitensport handboek van Op Pad (ANWB) over bergwandelen, lichte bergsport en klettersteige van Robert Eckhardt te lezen (isbn: 90-1800-125-2).
Hieronder loop ik stap voor stap de complete uitrusting af die iedere bergwandelaar bij zich moet hebben.

Schoenen
>Dit is een van de belangrijkste onderdelen van je persoonlijke uitrusting! Hierop mag dus nooit bezuinigd worden, want dat kan niet alleen je eigen veiligheid in gevaar brengen maar ook die van je medetochtgenoten.
Alle bergwandelschoenen zijn ingedeeld in de volgende categorieën A tot en met E: A: Geschikt voor wandelingen op paden in het vlakke land. De zool van deze schoenen is soepel/buigzaam en de schoen biedt verder weinig steun aan bijvoorbeeld de enkels.
B: Deze schoenen zijn geschikt voor bergwandelen en lichte trektochten over paden. Deze schoen biedt steun aan de enkels en de zool buigt alleen halverwege de voorvoet.
C: Deze schoenen zijn geschikt waar het bergwandelen overgaat in lichte alpinisme. Met deze schoenen kun je sneeuwvelden en lichte gletchertochten oversteken en ze zijn stijgijzervriendelijk. De zool is al een stuk minder buigzaam dan bij een B-schoen. Omdat de schoenen zo stug zijn, ziin ze minder geschikt voor effen terrein, vooral omdat ze dan oncomfortabel lopen.
D: Deze schoenen zijn geschikt voor alpinisme (bijvoorbeeld gletcheroversteken, topbeklimmingen enz.). De zolen van deze schoenen zijn niet buigbaar en de schoen biedt zelf zeer veel steun aan de enkels. Op deze schoenen passen dus stijgijzers. Voor het lichte wandelwerk zijn deze schoenen niet geschikt (ik spreek uit ervaring).
E: Dit zijn plastic schoenen die vrijwel geen onderhoud nodig hebben. Deze schoenen zijn eigenlijk ook alleen geschikt voor het alpinisme. Het verschil met een D-schoen is dat deze schoenen ook geschikt zijn voor expedities (naar bijvoorbeeld de Everest). De zool is nog stijver dan bij een D-schoen en er zit een binnenschoen in. De vochtafvoer is over het algemeen wel minder vergeleken met een D-schoen.
Bij de aanschaf van de schoenen moeten de schoenen goed zitten. Let op of er voldoende ruimte tussen de tenen en de shoenvoorwand zit, want bij het afdalen krijgen de tenen het anders zeer zwaar te verduren. Koop geen schoenen die net aan passen, want bij het wandelen zwellen de voeten op door de warmte. Vaak zijn de winkels voorzien van een kleine helling waarbij je enigszins kan testen of de schoen ook tijdens het stijgen en dalen goed zit. Loop de schoenen voordat je op vakantie gaat goed in. Voor mensen die meer informatie willen hebben: lees de Op Pad gids, want daarin staat regelmatig een kleding en ook een schoenentest. Ook op internet zijn sommige testen gepubliceerd:
http://www.oppad.nl.
Let wel: de testen in de diverse tijdschriften, of het zogenaamde advies van experts zijn niets waard als de schoen niet lekker zit!

Sokken
Ook sokken zijn belangrijk. Het hebben van goede sokken helpt het voorkomen van blaren. De beste sokken zijn sokken die bestaan uit wol en een slijtvast synthetisch materiaal. Katoenen sportsokken voldoen niet omdat katoenen sokken het vocht (zweet) niet goed afgeven, zodat de kans op blaren erg groot is. Let ook op of de sokken geen dikke naden hebben, dit vermindert het loopcomfort.

Kleding
In de zomer is het weer in de bergen meestal goed en warm zodat je meestal in een korte broek en t-shirt begint te wandelen. Toch is het ook noodzakelijk om warmere kleding mee te nemen tijdens een tocht. Hoe hoger je in de bergen komt, hoe kouder het wordt en ook al merk je daar tijdens het wandelen zelf niets van, tijdens rustperiodes is het prettiger om een iets warms bij je te hebben. Ook kan het weer in de bergen zelf heel snel omslaan, zodat het hebben van warme kleding en regenkleding zeer belangrijk is.
In bergsportliteratuur wordt vaak gesproken over het drie-lagensysteem. Dit wil zeggen dat je als bergsporter een onderlaag (die transpiratievocht doorgeeft), een isolerende laag en een bovenlaag moet hebben.
Als beginnende bergsporter is het niet noodzakelijk om meteen een drie-lagensysteem aan kleding aan te schaffen en heb je al voldoende aan het meenemen van warme kleding (een trui of fleecejack), regenkleding en een pet (tegen de lichaamsafkoeling via het hoofd en de felle zonnestralen) wat betreft de kleding.

Regenkleding
Omdat het weer in de bergen snel kan omslaan is het altijd noodzakelijk om regenkleding mee te nemen tijdens je tocht. Ook al ziet eht weer er bij het vertrek goed uit, toch meenemen.
Bij regenkleding is het verstandig om (in het geval van een regenpak) ademende regenkleding mee te nemen. Niet ademende regenkleding houdt de regendruppels wel tegen, maar je transpiratievocht kan niet weg, zodat je alsnog kletsnat wordt (ik spreek helaas uit ervaring).
Een poncho kan ook handig zijn. Een poncho hoeft niet ademend te zijn, omdat het transpiratievocht wel verdwijnt doordat een poncho van onderen niet goed dichtkan. Het nadeel van een poncho is dat deze niet geschikt is voor ieder terrein. Als je alleen op makkelijke paden gaat wandelen is een poncho zeer geschikt, maar zodra er gezekerde passages, grote beekoversteken en vooral wind opsteken is een poncho niet aan te raden. Dit omdat je dan niet goed kan zien waar je je voeten neer kunt zetten (ook hier spreek ik uit ervaring).

Rugzak
Een goede rugzak is ook heel belangrijk, want je moet er vaak de hele dag lekker mee kunnen lopen. Voor dagtochten is een rugzak met een inhoud van 20 tot 40 liter al voldoende. Voor huttentochten heb je een rugzak van 55 tot 65 liter nodig en wil je nog kamperen dan voldoet een rugzak van 70 tot 80 liter. Let wel op: Hoe groter de rugzak, hoe sneller je geneigd bent om overbodige zaken mee te nemen. En alles heeft zijn gewicht. Dit geldt vooral bij huttentochten.
Bij een huttentocht weegt de rugzak ongeveer 12 tot 15 kilo, maar bij alpine ondernemingen neem je meer mee (bijvoorbeeld touwen en andere klimuitrusting) zodat een rugzak van 20 kilo geen uitzondering is. De rugzak moet goed zitten, daarom zijn verstevigde schouderbanden en heupband wel noodzakelijk. Bij huttentochten en meer is het zeer handig als de rugzak verstelbaar is.

Eten & drinken
Alle vormen van bergsport zijn zeer inspannend, zodat het noodzakelijk is om voldoende eten en drinken tijdens iedere tocht mee te nemen. Je kan wel vijf liter vocht per dag verliezen, en dat moet allemaal weer aangevuld worden. Voor korte tochten (tot ongeveer 4 uur wandelen zonder pauzes mee te rekenen) is 1,5 liter drinken meenemen voldoende. Echter dit verschilt natuurlijk per persoon. Daarom maak ik hier verder geen inschattingen over, omdat dit toch een kwestie is van zelf beoordelen. In sommige gevallen kom je tijdens de tocht bronnen tegen waaruit je kan drinken, maar over het algemeen is het water uit bergbeken en bronnen niet drinkbaar in verband met het vee dat nog hoog in de bergen zit en het water vervuilt.
Het eten is ook een kwestie van ervaring, maar zorg er in ieder geval voor dat het eten voldoende zout bevat (om het zoutverlies door transpiratie aan te vullen) en dat het eten ook voldoende energie (koolhydraten, vet, suiker) bevat.
Brood + beleg, fruit, snoepgoed, en pinda's zijn voldoende om mee te nemen wat betreft het eten.

Gebiedskaarten
Het is absoluut noodzakelijk om van het (wandel)gebied een kaart te hebben waar alle wandelingen opstaan. Verlaat je nooit op de markering, want in veel landen (met name in Italië) zijn de markeringen uiterst schaars of zelfs geheel afwezig. Een goede kaart is een kaart van 1:25000. In Italië moet men er rekening mee houden dat sommige kaarten fouten bevatten. Dit is vrij lastig voor beginnende wandelaars, maar ook voor de gevorderden onder ons kan dit moeilijkheden opleveren. Koop altijd een zo recent mogelijke kaart van het gebied, vaak staat de datum onderaan in het klein op de kaart. Zorg ervoor dat de kaarten nooit meer dan 5 jaar oud zijn. Dit in verband met veranderende sneeuw en ijsgrenzen en nieuwe paden.

Skistokken
Skistokken kunnen handig zijn bij het bergwandelen. De skistokken kunnen met name bij het afdalen wel 40% van het gewicht op de knieën en bovenbenen opvangen. Skistokken zijn echter niet geschikt voor alle terreinsoorten, vooral in blokkenterrein en op sneeuwvelden zijn deze absoluut ongeschikt.
Ook beginnende wandelaars kunnen beter geen skistokken gebruiken, omdat het verstandiger is om eerst een goed evenwichtsgevoel en een goede loophouding zonder skistokken te ontwikkelen.
Voor diegene die wel van plan zijn om skistokken te gebruiken bij het bergwandelen, is het handig om voor de vakantie goed te oefenen in het lopen met skistokken, omdat het een hele andere manier van lopen is.

EHBO
Voor dit gedeelte verwijs ik naar mijn EHBO pagina.
Terug