Lawine

In het hooggebergte komen er regelmatig lawines voor, waarbij ieder jaar weer een flink aantal slachtoffers vallen. Er zijn verschillende soorten lawines, namelijk sneeuw-, steenslag- en ijslawines.

Sneeuwlawines
Deze lawines ontstaan door het niet goed vasthechten van de verschillende sneeuwlagen op een helling. Bijna alle (98%) lawines ontstaan op hellingen van 25-50 graden.
Iedere dag verandert de samenstelling van de sneeuw door de wind en de temperatuur, waardoor ook de mate waaraan een nieuwe sneeuwlaag kan hechten iedere dag verandert. Dit maakt het moeilijk om lawines te voorspellen en om de risicogebieden met lawinegevaar te voorspellen.
Als bergsporter kun je zelf ook maatrgelen nemen om te voorkomen dat je in een lawine terechtkomt. Deze maatregelen moet iedereen nemen die in gebieden komt waar lawines voor kunnen komen.
Maatregelen die kunnen voorkomen dat je zelf in een lawine terechtkomt zijn:


Draag bij off-piste skieën en trekken over ongebaand terrein in hoogalpien gebied daarom altijd lawinepiepers.

Steenslaglawines
Steenslag komt in alle jaargetijden voor. Overal waar losse stenen liggen komen ze voor. Vaak komt steenslag voor door het smelten van de ijslaag die de losse stenen bijeenhoudt. Maar ook mensen veroorzaken vaak steenslag. Door het klimmen of lopen over bijvoorbeeld puinhellingen trap je snel stenen naar beneden. Daarom moet je altijd opletten wat er boven je gebeurt in de bergen. In de alpen is het ook gebruikelijk dat mocht je een steen naar beneden trappen dat je dan "stein, chute" of iets dergelijks roept.

IJslawines
Deze komen voor bij het instorten van séracs (ijstorens) van bijvoorbeeld gletchers. Dit is zeer moeilijk te voorspellen.

Terug