|
|
Het keerpunt van de tocht is bereikt. We trekken weer oostelijk richting Thann
en passeren de Col de Bussang. Van hieruit stijgen we weer, en komen weer een
bekend probleem tegen: op de noordelijke kant van de berghellingen hier ligt
zeker een halve meter sneeuw. Weinig belopen, dus poreus, met een dunne ijslaag
erop. En dat is vermoeiend lopen! Bij elke stap hoop je dat je niet tot je
knieën in de sneeuw zakt, maar heel vaak is dat wel het geval. De komende
kilometers is het ploeteren geblazen. Het gemiddelde wandeltempo zakt tot
ongeveer 2 kilometer per uur.
We vervolgen de wandeling over de GR5, over de graat van de heuvels. Ook hier ligt verraderlijk veel sneeuw. Het is qua omstandigheden niet te vergelijken met 1999, toen we in de stralende zon liepen en we van hieruit de Mont Blanc konden zien liggen. We willen vanavond overnachten in de hut in het Kolabi-wald. In 1999 leek dat een mooie hut, dus we hopen dat hij er nog staat. Laat in de middag bereiken we, in de schemering, de plaats van bestemming. De hele voorgevel blijkt te zijn verdwenen, en wat rest is een halfopen hut (met een open haard, dat wel). En aldus rest ons niets anders dat de tent weer te voorschijn te halen. We prepareren een vlakke plek tussen de bomen en zetten de tent op. Na het avondeten duiken we de warme slaapzak in voor een verdiende nachtrust. |