|
Omstreeks 5 uur komt Berry thuis en kunnen we aan de spaghetti. En als vervolgens de rugzakken gepakt zijn, kunnen we op pad. Nu begint de vakantie pas echt !
We zijn Boxtel nog niet uit of Erik heeft een lampje kapot (toch handig, die bakkies aan boord). Twee minuten later is het euvel verholpen en sjezen we de snelweg op. Alles verloopt vlotjes en binnen de kortste keren zitten we in België. Via Antwerpen en Lille komen we Frankrijk binnen, alwaar de tocht via de 'Péage' verder gaat.
Door wat twijfelachtige bewegwijzering komen we per ongeluk op de Boulevard Périphérique terecht. Gelukkig is het 's nachts niet druk, en overleven we deze ervaring zonder kleerscheuren of lakschade.
Na een onverwacht goedkope tankstop om ca. 2h15 mogen de eerste chauffeurs lekker gaan maffen en gaan we verder over binnenwegen. Qua afstand zijn we op de helft, maar qua tijd niet bepaald; steden, stoplichten, rotondes, kleinveemarkten, trekkers en andere hindernissen kosten veel tijd. En alwéér een kapot lampje, het moet toch echt niet gekker worden.
Vanaf Pau komen de eerste bergen in zicht en neemt het aantal bochten in de weg fors toe! Om ca. 15h00 komen we aan in Oloron. De Uno van Erik mag hier uitrusten en zal worden bewaakt door de aardige dame van de plaatselijke VVV.
Na wat prop-werk stappen we met z'n allen in de Kadett van Berry en komen we ca. 1 uur later aan in Larrau. Camping Ixtila is leuk, helaas steekt er aan het begin van de avond een miezerige regen op. We merken het nauwelijks, want om 20h15 ligt bijna iedereen K.O. in de slaapzak !
Het is gelukkig droog geworden, maar de tenten zijn nog kletsnat. Om 8h30 gaan we op stap en is het eerst even zoeken naar het juiste pad. Dit blijkt achter de camping de bossen in te lopen.
Sommige paadjes zijn zeer modderig (koeden in de buurt?), de rest is hoofdzakelijk breed. Halverwege nemen we even een omweggetje langs de Gorge d'Holzarté. Het uitzicht vanaf de hangbrug is prachtig. Remke voert een muis tijdens de lunch.
Het laatste stuk gaat over de GR10 en we slaan ons kamp op op een wijdse heuvel met vlak gras en veel (heel veel) schapen. 's Nachts regent het af en toe.
Gedurende enkele uren lopen we door de regen. In het begin is het nieuwe traject van de GR10 moeilijk te vinden, maar na wat gestruin komen we op het juiste pad. Dit loopt een uurtje vlak (waarbij we worden gadegeslagen door een echte gier !), en gaat dan fors omhoog. Bovenaan de heuvel komen we een stel 'wegwerkers' tegen, die de GR10 van nieuwe wegwijzertjes aan het voorzien zijn. Was ook hoog nodig. Via een breed pad gaat het weer omlaag, en omstreeks het middaguur wordt het droog. Tijd voor de lunch. Hier hebben we uitzicht over de Gorges de Kakouetta en St.Engrace beneden in het dal.
De verwachte camping is ver te zoeken, maar Berry en Edward vinden een mooi veldje bij de Gîte d'Étape. Goede douches.
Na onderling beraad dalen we zeer steil weer af langs een gruispad, en pikken de GR10 weer op. Het landschap is hier heel apart. Een combinatie van woeste rotsen en oude denneboompjes, omgeven door stralend zonlicht van boven en mist van onder. Dit alles leidt van tijd tot tijd tot bijzondere (natuur-)verschijnselen.
Om ca. 19h30 vinden we het welletjes en slaan we in het wild ons kamp op (Pas d'Azuns, 1873 m.). De stamppot smaakt goed, iedereen is moe, en de mist is koud.
Met warme bouillon proberen we de klamme kou te verdrijven.
Bij een cabane nodigen 3 jonge hondjes uit tot spelen. Na de lunch dalen we steil af tot in de Gave de Belonce, en uiteindelijk komen we aan in Borce, bij de camping (±750 m.). Berry, Remke en Edward plunderen de winkel in Etsaut en zadelen ons op met ruim 12 kilo eten voor de komende week.
Na een uurtje hebben we dat ook weer gehad en stijgen we verder, door de hitte, tot de Col d'Ayous (2200 m.). Hier hebben we een prachtig uitzicht over de omgeving, van de Pic d'Anie achter ons tot ver voorbij de Pic du Midi d'Ossau. De laatste etappe van vandaag is een half uurtje afdalen tot het meertje bij de Réfuge d'Ayous (1950 m.). We zijn duidelijk niet de enigen die hier willen overnachten, want het is knap druk. We zetten de tenten op langs het meer, en aanschouwen 's avonds vanuit de Réfuge, onder het genot van een warme choco of een café au lait, hoe de Pic du Midi in een oranje gloed wordt gezet door de ondergaande zon.
We vervolgen de tocht en dalen verder af in een vallei, waar we nog even een stukje schapenkaas kopen. Daarna gaat het weer steil, zig-zaggend omhoog, en omstreeks de lunchpauze zitten we bij een klein meertje aan de voet van de Pic du Midi etc. (Lac de Peyreget, 2100 m.). Hier wordt lang gesudderd, want we zijn toch al bijna bij de eindbestemming. Berry doet de was, Remke de soep. De rest doet niks.
Na de pauze moeten we onze weg over een flinke puinhelling zien te vinden. Na flink wat klauterwerk bereiken we de Col de Peyreget (2208 m.) en dalen af naar het Lac de Pombie en de gelijknamige Réfuge (2031 m.). Ook hier is het knap druk, en vinden we met moeite een geschikt plekje voor 3 tenten. 's Nachts worden we in onze slaap gestoord door nieuwsgierige (of nachtblinde ?) paarden.
Na een plaspauze raken Erik en Els bijna de rest van de groep kwijt, en moeten we constateren dat de fluitjes weinig zin hebben in de buurt van een ruisende beek.
We bereiken een asfaltweg bij de Abri du Caillon de Soques (1390 m.), en klimmen aan de overkant het bos weer in. Even later lopen we door een zonovergoten vallei tot aan de Col d'Arrious (2259 m.). Na wat rekenwerk komen we tot de ontdekking dat we wel zéér snel stijgen ! Was het in het begin van de vakantie niet meer dan 350 m. per uur, nu halen we zelfs 500 m. per uur ! Een kwestie van oefenen, zo blijkt wel weer.
Op de Col hebben we een mooi uitzicht over het Lac d'Artouste (touristisch stuwmeer waar je met een treintje heen kunt).
Over een 'passage délicat' gaat het tenslotte richting Réfuge d'Arremoulit. Je moet hier geen tegenliggers tegenkomen, want het pad is gevaarlijk smal en de wand is steil. Een staalkabel moet de onverschrokken wandelaar een gevoel van veiligheid geven.
Bij de Réfuge op ca. 2200 m. is het moeilijk om een kampeerplek te vinden: Veel rotsen, weinig gras. Met veel moeite vinden we wat, maar kampen wel met 2 problemen: Harde wind en een slechte prikbaarheid van de bodem. Enkele rotsblokken moeten uitkomst bieden om de tenten stevigheid te geven. Goed voor de nachtrust is dit alles niet...
De puinhellingen zijn technisch pittig, en krijgen hun climax bij een 'schoorsteen' (op 2615m.), een smalle doorgang naar de Franse kant, waar we eerst nog ±10 meter steil tegenop moeten klimmen. Een enorm tochtgat bovendien.
Aan de Franse kant zet het puin zich voort, met dit verschil dat we nu weer omlaag gaan. Het weer begint langzamerhand te verslechteren, met een aantrekkende koude wind. Tot overmaat van ramp begint er wat regen te vallen. Net op tijd bereiken we de Réfuge de Larribet (2074 m.), want binnen een paar minuten stortregent het ! Binnen is het gelukkig warm en voedzaam (crêpes).
Volgens het plan zouden we eigenlijk nog verder lopen, maar niemand heeft daar zo'n zin in met al die regen... En erger: Donder en bliksem ! Dat wordt niks zo. Gelukkig kunnen we 's avonds gebruik maken van de trekkerskeuken om ons eten klaar te maken. Er zijn trouwens meer mensen in de Réfuge 'blijven steken'. 2 Franse families en een paar Spaanse trekkers. Buiten steelt het nog steeds pijpen, en we besluiten dan ook om maar in de Réfuge te overnachten. Met 65 slaapplaatsen is er genoeg ruimte. Stapelbedden tot 3 hoog. Laat het buiten maar onweren !
Vanaf het voormalig Maison du Parc stampen we nog 5 km. asfalt tot Camping du Lac du Tech. Hier schijnt de zon weer, maar de wolken blijven dreigend aanwezig. Berry en Edward raadplegen de kaart voor een alternatief programma voor de komende dagen.
Maar met alle ervaring van de afgelopen weken is dat geen probleem, natuurlijk. Bovenop de Col de Paloumère (2187 m.) zien we onze eindbestemming van vandaag al liggen: De camping bij het Lac d'Estaing.
Maar ook al is het doel in zicht, wil dat nog niet zeggen dat je er bijna bent ! Het pad gaat onverantwoord steil omlaag, over glad gras en puinhellingen. En beneden in het bos is het pad al helemáál verdwenen. Dat wordt nog even flink struinen over steile, glad modderige bosgrond, waarbij je ook nog eens goed op je hoofd moet passen.
Met knikkende knieën bereiken we uiteindelijk de grasvlakte bij het meer, waar het echt kermis is. Dagjesmensen die blijkbaar nog nooit een rugzak hebben gezien kijken ons niet-begrijpend aan.
De camping is gelukkig rustiger dan het gebied er omheen. Het meer, het restaurant en het terras trekken veel bezoekers, maar 's avonds is het gros van de mensen verdwenen.
En daar maken we kennis met een ander fenomeen: In de vooravond begint iedereen met takken en boomstammen te slepen om er vuurtjes mee te stoken. Of anders gezegd, om er de buren mee uit te roken. Binnen de kortste keren hangt er een blauwe waas boven de camping. Rare Fransen. De Gâteau Basque in het restaurant smaakt gelukkig goed.
Berry en Erik komen er na krap 2 uur asfalt stampen aan, en reserveren alvast een paar plekjes op de camping. De rugzakken mogen achterblijven in het kantoortje.
De bus naar Argelès-Gazost vertrekt pas om 12h30, dat duurt nog veel te lang. Daarom maar met de duim omhoog in de hoop een lift te krijgen. Dat lukt pas na ruim een uur, als een aardige Duitse familie met een camper-VW-busje ons meeneemt tot Lourdes. Dat scheelt ons heel wat tijd.
Om 11h30 worden we voor de deur van het station afgezet. Wat een service ! De trein naar Pau is net 5 minuten weg, en kunnen we wachten tot 14h35... Mooi niet dus, dan maar weer met de duim omhoog. Inmiddels daalt de regen gestaag uit de lucht, en dat maakt het er niet leuker op. En als je na ruim een uur ook nog eens de bus (!) naar Pau aan je voorbij laat gaan, begin je helemaal te twijfelen wat je aan het doen bent.
Na 2 uur vruchteloos liften zit er niets anders op dan de trein te nemen. Op het station van Lourdes is het een chaotische vertoning van komende en vertrekkende groepen zieken, gehandicapten, nonnen en andere bedevaartsgangers. In de trein naar Pau vinden we weer rust, en in een half uur zijn we er. Nu nog 'even' 1½ uur wachten totdat de trein naar Oloron vertrekt. De koffie in de stationsrestauratie smaakt goed.
Omstreeks 17h30 bereiken we Oloron en treffen de auto van Erik aan op de verwachte plaats. Geen parkeerbonnen, wel veel reclame onder de ruitenwisser. Inladen en wegwezen, op naar Larrau. Het gaat nu iets sneller dan twee weken geleden (3 kwartier), waarvan we het laatste kwartier weer flink wat bochten op onze route treffen. Op camping Ixtila treffen we de eigenaar weer, en voldoen de rekening.
De terugweg is bochtig en lang. Via Laruns wordt de Col d'Aubisque bestegen, die helaas dik in de mist zit. Oppassen voor plotseling overstekende koeden en geiten ! En wéér al die bochten !
Omstreeks 20h30 bereiken we Arrens-Marsous, alwaar de rest van de groep hongerig op ons zit te wachten. We dineren in een 'echt' restaurant 'Le Balaîtous', we zijn er de enige gasten.
Via Argelès-Gazost, Lourdes en Pau komen we weer op de bekende route uit, en staan omstreeks 10h45 gedurende een uurtje in de file voor Aire sur l'Adour. Die stoplichten ook...
Hierna verloopt alles vlotjes, krijgen we nog wel een paar forse regenbuien op ons dak, ontlopen we een file door omstreeks etenstijd maar even een patatje te gaan halen, en arriveren omstreeks 21h30 bij een camping in Senlis. We zetten de tentjes op in het donker. De grond is keihard, dat wordt wederom improviseren of gewoon de helft van de haringen half los laten zitten. Gelukkig heeft Berry een paar hamers in de auto liggen.
De helft van de afstand zit er weer op.
Allereerst via de N20, tot aan Orléans, alwaar we de Péage weer nemen. Het schiet weer lekker op, en omstreeks 10h00 passeren we Parijs. Vlak voorbij Lille, in België, zitten we weer even in een file, en breekt er tevens een flinke bui los. Onze zuiderburen kennen het verschijnsel ZOAB nog niet, met andere woorden: Je ziet niets.
Gelukkig gaat ook dit probleem voorbij, en arriveren we om 15h00 in Boxtel.