|
|
We hebben vanmorgen wat buitjes gehad, maar nu is
het droog. Er staat wel een felle wind. We besluiten
om de binnentent op te ruimen en dan in de tent
te ontbijten. Om half 10 vertrekken we, gepakt en
gezakt.
Volgens de routebeschrijving is het stuk dat wij gaan lopen erg saai. Wij vinden het meer een vermoeiend pad: heel nat en met veel slijk en rotsen. De weg is goed gemarkeerd, de trapjes zijn ook goed. Er drijven grote wolken door de lucht waardoor het warme zonnetje en de koude wind elkaar afwisselen. Maar het regent niet en dat is het belangrijkste. We ploeteren verder, een paar keer steken we een riviertje over.
Oplettend voor de rammen (ik vertrouw die beesten niet) lopen we door de immens grote weilanden. Onze broeken zien er al erg smerig uit. Het laatste stuk gaat over een breder pad. Daar zien we een ruïne van een kerk (en de eerste tekenen van monumentenzorg). Het pad is dan wel breder, maar de modder is dat ook. Het enige wat we nog kunnen is voorzichtig verder dabberen. Onze schoenen zijn bijna niet meer te herkennen. Op een splitsing kunnen we kiezen tussen verhard of modder. We kiezen verhard, dan komen we tenminste weer vooruit. In het dorpje Camp kopen we brood en drinken. Nu blijkt dat er recht voor ons een ongekende camping is. We twijfelen even, maar het doen van de was en het drogen in het nu schijnende zonnetje geven de doorslag. Het is geen gewone camping, meer een overnachtingsplaats voor huifkartouristen en hun paarden. De was hangt buiten en is al bijna droog en als we de weerberichten mogen geloven blijft het weer tot na het weekend goed. |